Maak kansvragen met een eerlijke munt, eerlijke dobbelstenen of een zak met symbolische fiches. Leerlingen tellen gunstige en mogelijke uitkomsten en schrijven de kans als een vereenvoudigde breuk. Voeg afzonderlijke antwoordbladen toe voor de bespreking.
Live-voorbeeld210 × 297 mm
A4
Voorbeeld is geschaald om te passen. De PDF behoudt de exacte afmetingen.
PDF en Print omvatten alle pagina's. PNG en SVG slaan de pagina die wordt weergegeven op.
Voor echte grootte afdrukken: kies 100% / Werkelijke grootte, pas het papier formaat aan en zet kop- en voetregels uit. Afdrukgids ↗
Klaar voor je printer
Een kans als breuk heeft alleen betekenis wanneer duidelijk is wat als één mogelijke uitkomst telt. Deze generator gebruikt eindige situaties met even waarschijnlijke uitkomsten. Begin daarom met het beschrijven van het experiment, voordat een leerling een teller en noemer kiest. Het blad oefent redeneren over modellen; het voorspelt geen werkelijke reeks worpen en geeft geen advies voor kansspelen. Laat steeds uitleggen waarom de gekozen uitkomsten samen de hele mogelijkhedenruimte vormen.
💡Enkele nuttige antwoorden
Waarom zijn de sommen van twee dobbelstenen niet even waarschijnlijk?
Een som kan op meerdere manieren ontstaan. De som twee hoort alleen bij één en één, terwijl andere sommen bij meer geordende paren horen. Tel de paren als even waarschijnlijke uitkomsten. Alleen de namen van mogelijke sommen tellen geeft daarom doorgaans een verkeerd kansmodel.
Moeten alle fichesoorten even vaak voorkomen?
Nee. Ieder afzonderlijk fiche is even waarschijnlijk, maar een vorm met meer exemplaren krijgt meer gunstige gevallen. Dat onderscheid is juist een leerdoel. Laat een leerling eerst de doelvorm aanwijzen en daarna alle passende exemplaren tellen, zonder de andere vormen uit de totale hoeveelheid weg te laten.
Betekent een grote kans dat de gebeurtenis zeker plaatsvindt?
Nee. De breuk beschrijft de verhouding binnen het gekozen model, niet het resultaat van een volgende echte trekking. Bespreek het verschil tussen onmogelijk, mogelijk en zeker aan de hand van gunstige gevallen. Vermijd conclusies over verwachte winst of het moeten optreden van een uitkomst na eerdere worpen.
Bepaal eerst alle mogelijke uitkomsten
✏️Bij één eerlijke munt zijn kop en munt de twee mogelijke uitkomsten. Bij twee onafhankelijke worpen zijn kop-kop, kop-munt, munt-kop en munt-munt vier verschillende gevallen. De volgorde telt dus mee, ook wanneer twee gevallen hetzelfde aantal keren kop bevatten. Met breukenstroken kun je daarna een geheel in even grote delen voorstellen. De gelijke delen staan voor even waarschijnlijke gevallen, niet voor willekeurig gekozen namen van gebeurtenissen.
Een vraag naar precies één keer kop is anders dan een vraag naar minstens één keer kop. In het tweede geval telt ook kop bij beide worpen mee. Laat leerlingen de omschrijving eerst in eigen woorden herhalen en daarna passende gevallen markeren. Zo voorkom je dat een bekend woord automatisch een onthouden antwoord oproept. De onafhankelijkheid betekent hier dat de eerste worp de kansen bij de tweede niet verandert.
Tel de gunstige gevallen zorgvuldig
Dobbelsteenvragen gebruiken één eerlijke zeszijdige dobbelsteen of twee onafhankelijke dobbelstenen. Bij één steen kan de vraag gaan over even, oneven, een bepaalde zijde of een waarde boven een grens. Bij twee stenen gaat het om de som. Gebruik geordende paren als mogelijkheden: verschillende sommen hebben niet allemaal evenveel bijbehorende paren. Een scoreblad voor dobbelspellen is een afzonderlijke toepassing; de scorecategorieën daarvan zijn geen vervanging voor het tellen van kansuitkomsten.
Een zak bevat drie tot twaalf getekende fiches met drie soorten vormen. Elk afzonderlijk fiche heeft bij één trekking dezelfde kans. De gevraagde vorm kan meerdere keren voorkomen. Tel daarom exemplaren, niet alleen verschillende soorten. De vormen maken het onderscheid zichtbaar zonder dat kleur nodig is. Een zak met veel cirkels en weinig andere vormen geeft een andere kans dan een zak waarin iedere soort even vaak voorkomt.
Verbind de telling met een breuk
📝Het antwoord vermeldt het aantal gunstige gevallen, het totale aantal gevallen en de vereenvoudigde breuk. Die vereenvoudiging verandert de kans niet. Op werkbladen met breuken kun je de rekenstap afzonderlijk oefenen als het kansmodel al duidelijk is. Houd beide vragen uit elkaar: een juiste vereenvoudiging herstelt geen verkeerd getelde mogelijkheden, terwijl een nog niet vereenvoudigde maar juiste verhouding wel begrip van het experiment kan laten zien.
Kies zes, twaalf of vierentwintig vragen, met zes vragen per werkblad. Munten, dobbelstenen, fiches of een gemengde selectie bepalen de inhoud; het positieve variantenummer maakt een gekozen verzameling opnieuw beschikbaar. Antwoordbladen volgen na alle vragenbladen. Gebruik bij de nabespreking eerst de telling en pas daarna de breuk. Deze werkbladen berekenen geen percentages en voeren geen simulatie uit, zodat een proef met echte worpen een aanvullende activiteit blijft.
Werkbladen kansberekening
Zes verschillende kanssituaties
Kies gemengde experimenten, zes vragen en variantenummer 17. Zet antwoorden aan en gebruik staand A4. Er ontstaan twee pagina’s: één vragenblad en één antwoordblad. Laat bij iedere vraag eerst het experiment beschrijven, vervolgens gunstige en totale gevallen tellen en ten slotte de breuk vereenvoudigen.
Kies dobbelstenen, twaalf vragen en variantenummer 31, met antwoorden ingeschakeld op staand A4. De vier pagina’s bestaan uit twee vragenbladen gevolgd door twee antwoordbladen. Controleer bij somvragen of de leerling afzonderlijke dobbelsteenparen gebruikt en niet aan iedere mogelijke som zonder reden dezelfde kans geeft.