Gratis · Geen registratie

Verhaalschema maken.

Maak een leeg verhaalschema met zes inhoudelijke vakken of een reeks gebeurtenissen. Kies schrijflijnen, pas desgewenst de kopjes aan en gebruik het blad om een verhaal te plannen of te bespreken.

Aanpassen

01 De pagina
Oriëntatie
02 De details

Optioneel: zes kopjes, één per regel, elk maximaal 24 zichtbare tekens. Ze gelden voor het zesdelige schema. Laat leeg voor de standaardkopjes.

03 Inkt kleur
Inkt kleur
Papier kleur

○ Gratis · Geen registratie

Live-voorbeeld210 × 297 mm
A4

Voorbeeld is geschaald om te passen. De PDF behoudt de exacte afmetingen.

Klaar voor je printer

Aangepaste kleur

Inkt kleur

Gebruik de pijltjes links en rechts voor verzadiging, pijltjes omhoog en omlaag voor lichtsterkte. Houd Shift ingedrukt voor grotere stappen.

Een verhaalschema helpt om losse ideeën met elkaar te verbinden. Bij lezen kun je ermee onderzoeken wie handelt, waar het verhaal speelt en hoe een probleem wordt opgelost. Bij schrijven kan het een eerste plan vormen. De generator vult niets voor je in en bedenkt geen verhaal. De lege structuur ondersteunt het gesprek of schrijfproces, terwijl de inhoud van de gebruiker komt.

Enkele nuttige antwoorden

Schrijft de generator een verhaal op basis van de kopjes?

Nee. Het resultaat is een leeg schrijf- of tekenorganisatieschema. Personages, gebeurtenissen en tekst worden niet automatisch gegenereerd. Ook een eigen kopje levert geen inhoudelijke invulling op. Gebruik het blad om zelf ideeën te verzamelen, een gelezen verhaal te analyseren of samen te bespreken welke onderdelen nog onvoldoende duidelijk zijn.

Waarom veranderen mijn eigen kopjes niet in de volgorde-indeling?

De zes eigen regels horen bij de zes vaste onderdelen van de kaartindeling. De volgorde-indeling heeft een andere opbouw met drie of vijf gebeurtenisvakken en gebruikt daarvoor de vaste lokale labels. Wissel naar het zesdelige schema wanneer je precies zes zelf benoemde gebieden nodig hebt.

Moeten alle vakken volledig worden volgeschreven?

Nee. Een paar trefwoorden, een kleine schets of één duidelijke zin kan voldoende zijn. De hoeveelheid tekst hangt af van de activiteit en het verhaal. Laat vooral zien hoe de onderdelen samenhangen. Lange tekst kan later op een apart blad worden uitgewerkt, terwijl het schema als beknopt plan beschikbaar blijft.

Kies tussen verhaalonderdelen en volgorde

Een geschilderde schrijftafel met verhaalkaartjes, open notities en materiaal om scènes te schetsen.

Het zesdelige schema heeft vakken voor personages, omgeving, probleem, gebeurtenissen, einde en thema of les. Deze onderwerpen richten de aandacht op verschillende aspecten van hetzelfde verhaal. Ze hoeven niet allemaal evenveel tekst te krijgen. Met een lesplan kun je vooraf vastleggen welk onderdeel tijdens de activiteit centraal staat, zodat het invullen niet verandert in een verplicht rondje langs zes even lange antwoorden.

In het personagevak kun je noemen wie belangrijk is en wat die persoon wil. Bij de omgeving gaat het om plaats en eventueel tijd. Het probleem beschrijft de spanning of vraag die het verhaal in beweging zet. Het themavak vraagt om een gedachte die verder gaat dan de opsomming van gebeurtenissen. Bespreek het verschil tussen wat er gebeurt en wat het verhaal mogelijk laat zien.

Formuleer korte aanwijzingen boven de vakken

De volgorde-indeling heeft personages en omgeving, daarna drie of vijf gebeurtenisvakken en ten slotte een einde. Kies drie vakken voor een beknopte hoofdlijn en vijf wanneer tussenstappen belangrijk zijn. Voor een visuele uitwerking kan een stripverhaalsjabloon volgen. De gebeurtenissen in het schema kunnen dan als plan voor opeenvolgende beelden dienen zonder dat elk vak al een uitgewerkte scène moet bevatten.

Eigen kopjes gelden alleen voor de zesdelige indeling. Vul daarvoor precies zes regels in, elk met maximaal vierentwintig zichtbare tekens. Laat het hele veld leeg om de standaardkopjes te behouden. De volgorde-indeling blijft de vaste Nederlandstalige kopjes gebruiken. Kies bij aangepaste kopjes korte, duidelijke vragen of namen van onderdelen; lange uitleg past beter in de mondelinge opdracht naast het werkblad.

Gebruik het ingevulde schema voor een volgende stap

Schrijflijnen geven steun voor korte notities. Zonder lijnen is er meer vrijheid voor kleine tekeningen, pijlen of losse trefwoorden. Laat leerlingen niet meteen volledige alinea’s in ieder vak persen. Voor het uitwerken van het plan biedt gelinieerd papier meer ruimte. Het schema blijft daardoor een overzicht waarmee de samenhang zichtbaar is, in plaats van een verkleinde versie van het volledige verhaal.

Gebruik na het invullen één of twee vragen om de verbindingen te controleren. Past het einde bij het probleem? Is duidelijk welke gebeurtenis een volgende veroorzaakt? Een leeg vak kan aangeven dat er nog een keuze nodig is, maar niet elk kort verhaal volgt precies hetzelfde patroon. Laat het schema het denkwerk ondersteunen en pas de bespreking aan het gekozen verhaal of schrijfdoel aan.

Verhaalschema maken

Zes verhaalonderdelen met schrijflijnen

Kies de zesdelige kaartindeling, zet schrijflijnen aan en gebruik A4 staand. Laat eigen kopjes leeg. Je krijgt één pagina met de standaardvakken voor personages, omgeving, probleem, gebeurtenissen, einde en thema. Gebruik korte notities om een gelezen verhaal te bespreken of een eigen verhaal globaal te plannen.

Open dit voorbeeld

Vijf gebeurtenissen zonder lijnen

Kies de volgorde-indeling, vijf gebeurtenisvakken en uitgeschakelde schrijflijnen op A4 liggend. Laat aangepaste kopjes leeg. Het ene werkblad bevat ruimte voor personages en omgeving, de vijf stappen en het einde. Gebruik kleine tekeningen of trefwoorden en controleer vervolgens of de volgorde voor een lezer te volgen is.

Open dit voorbeeld